Organisaties moderniseren met low-code is realiteit geworden

Victor Klaren, CVO Thinkwise: Het is bijzonder interessant om je visie op bedrijfssoftware bevestigd te zien worden door een gezaghebbende onderzoeker als John Rymer, Vice President en Principal Analyst van het onafhankelijke onderzoeksbureau Forrester. Hij gaf onlangs op ons hoofdkantoor een presentatie waaruit, naar onze mening, duidelijk naar voren kwam dat het gebruik van low-code voor core enterprise-systemen tegenwoordig steeds gangbaarder wordt.

John Rymer doet al meer dan 25 jaar onderzoek naar middleware en applicatieontwikkeling. Ik ben zelf ook sinds die tijd in de softwarebranche actief en herken veel in zijn kijk op low-code.

Rymer zegt dat hij aanvankelijk heel sceptisch was over low-code, mede door het hoge marketinggehalte, en daar kan ik hem geen ongelijk in geven. Zo’n vijf jaar geleden groeide zijn interesse echter, toen hij zag dat low-code development concrete resultaten opleverde. Bedrijven die hun problemen niet snel genoeg konden oplossen met traditionele ontwikkeltools slaagden er met low-code namelijk wél in om de software op te leveren, waar ze zoveel behoefte aan hadden. En dat sluit aan op wat ik zelf ook altijd gezegd heb: low-code is een veel efficiënter middel om complexe bedrijfssoftware op maat te realiseren en snel tot resultaten te komen.

Meer dan webapplicaties

Rymer bevestigt echter ook het beeld dat low-code nog steeds veel met kleine webapplicaties geassocieerd wordt of met oude codegeneratoren uit de jaren ’90. Enterprise low-code platformen hebben dat niveau inmiddels ruimschoots ontstegen, ook al zijn er nog steeds veel low-code platformen die met name geschikt zijn voor webapplicaties, mobiele apps, workflows en het opvullen van gaten tussen andere applicaties. De laatste jaren is er volgens Rymer echter veel vooruitgang geboekt om de voordelen van low-code naar bedrijfskritische core-applicaties te brengen. Dat is een sterke en stijgende trend.

Van coderen naar modelleren

Zoals ik zelf kan bevestigen, waren er ook al voordat de term low-code voor het eerst in 2014 werd genoemd, al bedrijven die zich met software modelleren bezighielden. De bedrijven die Rymer daar destijds over interviewde, vonden de volgende eigenschappen ervan het belangrijkst:

  • Ze vonden het prettig om, in tegenstelling tot traditionele ontwikkelmethodes, tegen relatief lage kosten met applicaties te experimenteren. Daarna konden ze financiële investering uitbreiden, naarmate de nieuwe applicaties meer waarde leverden.
  • De opkomst van cloud versterkte de groei van low-code. Bedrijven konden eenvoudig via webportals met low-code ontwikkeling experimenteren, soms zelfs gratis. Een veel flexibeler model dan met traditionele ontwikkeltools, waarbij ze zelf servers moesten regelen, software installeren en configureren, om vervolgens pas zes maanden later daadwerkelijk aan de slag te kunnen.
  • De belangrijkste eigenschap van low-code vonden zij echter de mogelijkheid om declaratieve technieken te gebruiken. Het revolutionaire idee dat complexe programmeercode plaatsmaakte voor een visuele omgeving om functionaliteit en workflows te modelleren, met op de achtergrond allerlei geautomatiseerde technieken om werkende software op te leveren.

Maar verder kijkend dan die algemene eigenschappen van low-code, kozen de aanbieders al snel voor verschillende benaderingen met betrekking tot het gebruik van programmeercode. Zo ontstonden de no-code platformen, waarbij het gebruik van code volledig is geëlimineerd, en waarmee met name eindgebruikers hun eigen productiviteitstools kunnen ontwikkelen. Verder kwamen er platformen die een mix boden van visueel ontwikkelen en programmeren. En, ten slotte, de ‘code behind’-aanpak, waarbij de basisontwikkeling via low-code gebeurt en je daarna uitgebreid in de code kunt duiken om aanpassingen te doen.

De grote doorbraak van low-code kwam volgens Rymer in 2010 toen steeds meer bedrijven de voordelen van low-code gingen zien. Dit werd mede aangestuwd door de sterk groeiende behoefte naar nieuwe mobiele applicaties en de mogelijkheid die via de cloud aan te bieden. Voor core enterprise applicaties leek low-code in de algemene perceptie echter nog niet geschikt.

Platform of puntoplossing

Fast forward naar 2020 en het low-code landschap is praktisch geëxplodeerd, inspelend op de enorme vraag. Er zijn nu meer dan 250 spelers, van no-code tot enterprise low-code, en van producten met een specifieke branchefocus tot zeer breed inzetbare platformen.

Rymer stelt terecht dat het selecteren van een low-code platform tegenwoordig een zeer strategische keuze is. Wie gaat er bijvoorbeeld software mee ontwikkelen? Zijn dat de ‘citizen developers’ met beperkte technische kennis, of zijn het volwaardige programmeurs? En welke voorkeur heb je als organisatie zelf? Wil je controle bewaren, dan is het misschien wenselijk om niet al teveel code-aanpassingen toe te staan. En in welke mate wil je met low-code kritieke business-applicaties maken?

Het low-code landschap wordt momenteel in twee categorieën verdeeld:

  1. Low-code platformen voor Application Development & Delivery professionals.
  2. Low-code platformen voor business developers.

Volgens Rymer groeien beide categorieën sterk in populariteit, dus in die zin zijn er geen winnaars of verliezers. Verder moet de rol van de ‘citizen developer’ volgens hem ook zeker niet onderschat worden. Die noemt hij zelfs cruciaal voor de digitale transformatie van bedrijven. Het is van belang om deze nieuwe vorm van softwareontwikkeling op een gestructureerde manier te faciliteren, en een gezonde interactie tussen business en IT te bevorderen.

Ik betwijfel of we op grote schaal mensen op de werkvloer software moeten laten maken, maar ik ben het er wel helemaal mee eens om de business op een gestructureerde manier te betrekken. Daarbij moet de IT uit zijn ivoren toren komen.

Verder vond ik al vanaf het prille begin dat low-code op de lange termijn geen puntoplossing moet zijn. Een organisatie die strategisch op low-code wil inzetten, moet voor een enterprise low-code platform kiezen. Dan zorg je ervoor dat je low-code applicaties meer zijn dan de lijm tussen andere applicaties, of fungeren als tijdelijke wegwerpproducten. Met een enterprise low-code platform voeg je structureel waarde toe aan je business en je vermijdt dat er gaandeweg een enorme hoeveelheid onderling gekoppelde low-code applicaties binnen de organisatie ontstaan. Dat wil je niet, want met zo’n applicatielandschap creëer je langzaam maar zeker de legacy van de toekomst. Met een enterprise low-code platform, daarentegen, behoort legacy-software voorgoed tot het verleden.

QSM Rapport

Delen